Hemelrijken

De Hemelrijken

 

In 1943 midden in de oorlog ging ik naar de lagere school. Mijn broers Jan en Martijn zaten al op het Christelijk Nationaal Onderwijs in de Hemelrijken. Dus lag het voor de hand dat ik daar ook naar toe ging. De bovenmeester was mijnheer Kalmein hij zwaaide daar de scepter als hoofd van de school.

Onze Jan zat bij dhr de Groot (meester van klas 4 en 5 ) Veel kinderen zaten bij ons op die school. We woonden immers in een protestante buurt. Riekie Oosterveen FreekVersfeld, Wim Schreuder, Broer Klop. Die zaten alle maal in onze Jan zijn klas.

De eerste schooldag zal ik nooit meer vergeten.Ons moeder bracht mij weg. Het waren allemaal jankende jong. De juffrouw van de eerste en de tweede klas heette juffrouw Fokkinga. Als ze me hielp met schrijven dan pakte ze m’n handje vast en bukte over me heen, ze had een aparte lucht bij zich lichaamsgeur of parfum.”De juffrouw stinkt" zei ik dan tegen ons moeder. We hadden wel potloden maar meestal waren we met een griffel en de lei bezig. Leitje, griffel en sponsje waren onmisbare attributen. 

Het is een school met een trapgevel en hoge ramen. Het is een oud schoolgebouw van 1904. Drie leslokalen en een gymnastiekzaaltje. Aan de voorkant een kantoortje. In iedere klas staat een hoge lessenaar. Op het schoolplein staan grote hoge kastanjebomen.

Het eerste uur op school was niets anders dan bidden en bijbel lezen. Onze Jan zat bij mijnheer Kalmein. M’n oudere broer Martijn zat in de klas van mijnheer de Jong. Die woonde in Sint Oedenrode en moest elke dag met de fiets naar de school komen. In de winter als het sneeuwde was het net een sneeuwpop als de verkleumde schoolmeester aankwam op school.

Het spannendste was in de morgen, als de gaskachel werd aangestoken op school. Menig keer was er een steekvlam gevolgd door een harde knal. De toiletten waren op de buitenplaats en zagen er verschrikkelijk uit. Wij gingen dan ook nooit op de wc-bril zitten. Op een keer stonden de regen-afvoerpijpen in de schoolstraat onder stroom. Toen werden we een paar weken naar huis gestuurd.

De schooltijd was voor mij een ware kwelling. Na buiten staren en weg dromen op school, dat overkwam mij vaak. Als het mijn beurt was om antwoord te geven in de les dan wist ik het niet. Maar ik kon je wel vertellen hoe vaak een mus van de dakgoot naar zijn broednestje was gevlogen.

Tegenover onze school waren huizen met puntdaken. In die punten zaten in de zomer tien tallen huiszwaluwen, die de hele dag in touw waren om hun jongen te voeren. Daar had ik het drukker mee dan met de schoollessen. Ook zijn we een lange tijd naar huis gestuurd omdat de Duitsers het gymlokaal van school hadden gevorderd. Het werd een onhoudbare situatie voor de schoolleiding. We mochten niet buiten spelen op het speelkwartier om dat de Duitse soldaten op het schoolplein aan het exerceren waren.

We hadden een kaartje met rekensommen er op mee dat als huiswerk diende.  Die sommen moest je kennen als de school weer open was. Maar dat kon goed maanden duren. Ook het leesplankje kregen wij dan mee, van aap noot mies. Wij raakten ver achter in het onderwijs met alle gevolgen van dien. We hebben ook school gehad in de zaal van het café Tramstation in de Woenselsestraat. We liepen dan niet over de Kloosterdreef. We gingen dwars door het rapenland van Woensel en trokken de knollekes uit de grond. Zo kwamen we op de Woenselse straat uit. De Duitse soldaten hadden dan in het weekend gedanst en feest gevierd in ons schoollokaal. s’Maandags moesten wij die danszaal weer gebruiken, om les in te krijgen.

Later toen we weer naar de school in de Hemelrijken gingen, kwamen we andere problemen tegen. Als wij naar school moesten kwamen wij door de katholieke wijk van Oud -Woensel. Het maakte eigenlijk niet veel uit of we nu door de Kinsbergenstraat of de Vriesstraat gingen. Daar werden wij vaak opgewacht door de katholieke jeugd die stonden ons op te wachten om ons te pesten. Wij waren de protestanten en dus de goddeloze in de ogen van de katholieken. Bij het voorbij gaan stonden ze dan te schreeuwen naar ons.

“Protestante bokken, liggen in bed te knokken”.

“Denken niet aan god maar alleen aan de pispot”. Een van die katholieke strijdmakkers is Twan Boogers.( duivenvriend van mij) zijn vader en moeder hadden manufacturen winkel in de Kruisstraat. Maar als de katholieke jeugd ons op stonden te wachten konden wij altijd op den Orre rekenen (Otje Versfelt) de held van de Verwerstraat. Otje was zo vlug als water en nergens bang voor. Het boksen leerde hij van zijn broers Freek en Jan. De bokshandschoenen hingen altijd aan de schutting bij Versfeld en altijd werd er wel getraind,’’we gaan sparren zij den Orre dan’’

Otto Versveld is in 1950 op 19 jarige leeftijd met een verkeersongeluk om het leven gekomen.

 

Wil je meer weten wat er vroeger in de Verwerstraat af speelde, laat het weten.

eindhoveninbeeld.com

 

Groetjes Bert Broekman

 

 

 

Bert Broekman



< < < Overzicht ...